Leerlinggebonden budget
Ouders willen graag zelf beslissen of hun gehandicapte kind naar het speciaal onderwijs gaat of naar een "gewone" school in de buurt. De rijksoverheid wil de integratie en emancipatie van mensen met een handicap bevorderen. Beide wensen zijn in 1995 verenigd in het beleidsplan "De Rugzak". Over dat plan is intensief overlegd met onder andere scholen, onderwijsorganisaties, ouderorganisaties en de Tweede Kamer. Dat heeft geresulteerd in de wet die op 1 augustus 2003 in werking is getreden. Daarin wordt niet alleen de keuzevrijheid van ouders geregeld, maar ook de vorming van Regionale Expertisecentra (REC's) en een nieuw systeem van indicatiestelling. Met dat laatste wordt bepaald of een kind in aanmerking komt voor het speciaal onderwijs dan wel een rugzak.
Welke kinderen komen voor een rugzak in aanmerking?
Het speciaal onderwijs of de rugzak is voor kinderen met handicaps en zware problematiek. Om in aanmerking te komen voor het speciaal onderwijs dan wel een rugzak, moet een leerling geïndiceerd worden (de indicatiestelling). Met de invoering van de leerlinggebonden financiering komt er een nieuw systeem van indicatiestelling. De nieuwe systematiek moet zorgen voor een onafhankelijke en transparante indicatiestelling op basis van landelijke criteria, zodat de beschikbare speciale voorzieningen ten goede komen aan díe kinderen die het nodig hebben. Deze systematiek voorkomt dat per regio of school andere criteria gelden. Ander voordeel is dat ouders bij één loket in de regio terecht kunnen voor de indicatiestelling van hun kind. Als leerlingen een indicatie hebben voor een bepaalde onderwijssoort, kunnen zij niet vanwege hun handicap worden geweigerd door een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
De indicatiestelling wordt gedaan door een commissie voor de indicatiestelling (CvI). Ieder Regionaal Expertisecentrum (REC) heeft zo'n commissie. Zij beslist of de door de ouders aangemelde kinderen voldoen aan de landelijke indicatiecriteria. Alle dossiers die de CvI heeft behandeld, worden doorgestuurd naar de Landelijke commissie toezicht indicatiestelling (LCTI). Deze controleert de werkwijze van de CvI en adviseert de minister van OCW over de indicatiesystematiek. Als ouders het niet eens zijn met een beslissing van de CvI, dan kunnen zij hiertegen bezwaar maken bij een onafhankelijke commissie. Elk cluster van speciale scholen heeft zo'n commissie.
Wilt u meer informatie over dit onderwerp dan kunt u terecht op de website leerlinggebondenfinanciering van het ministerie
van OC&W of de website oudersenrugzak.nl.